Vera Mulder

« terug naar Homepage


‘Ach, er is weleens wat’ – de rellen in Ondiep

Zoals verschenen in de Groene Amsterdammer, augustus 2011.

 

‘Ik verlaat mijn wijk niet, al komen er nog zeven schietpartijen bij.’ Ondiepster Til Muileboom veert op uit haar stoel wanneer ze over ‘haar buurtje’ praat. ‘Ondiep is prachtig. Alle buren kennen en helpen elkaar. Heb de buur of ik eten over, dan brengen we het over naar elkaar. Dan staat ze aan de deur en mot ze weer soep kwijt. Ik heb altijd een vriezer vol met soep.’

Rinie

Rinie heeft een eigen hyvespagina met fotoboek. Op de eerste foto staat hij met zijn toen nog kleine dochter. Ze houdt trots een rode bowlingbal in haar handjes, ondersteund door haar breeduit lachende papa. Meer foto’s. Rinie in het zwembad, Rinie op de voetbalclub, Rinie op de slee, Rinie op het buurtfeest. Rinie in een urn op de bar van zijn stamkroeg.

Het lichaam van Rinie heeft de grond koud geraakt als de eerste relschoppers zich al melden in de straten van Ondiep.

In maart 2007 haalt de Utrechtse volkswijk Ondiep alle voorpagina’s. Bewoner Rinie Mulder (54) wordt doodgeschoten door een politieagent die in komt grijpen bij een ruzie tussen buurtbewoners en een groep hangturken. De Turken komen uit een wijk verderop en zorgen in de maanden ervoor een paar keer voor onrust in Ondiep. Buurtbewoner Rinie belt de politie om de Turken weg te jagen, maar het duurt hem te lang voordat de agenten komen. Hij gaat naar huis om een mes te halen. Wanneer Rinie terug komt is de politie gearriveerd. Een agent zet zijn motor op de standaard en ziet dat Rinie hem nadert met zijn mes. De agent schat het gevaar in en schiet de Ondieper zonder waarschuwing door het hart. Het lichaam van Rinie heeft de grond koud geraakt als de eerste relschoppers zich al melden in de straten van Ondiep. Relschoppers die niets van doen hebben met Rinie of überhaupt met Ondiep. Op zoek naar een verzetje. In de komende dagen vernielen jongeren en hooligans delen van de wijk. Toenmalig burgemeester Annie Brouwer laat de buurt afsluiten uit angst voor reltoeristen; bewoners kunnen nog maar via één punt de wijk in en uit. De agent die Rinie doodschiet wordt vrijgesproken: hij zou gehandeld hebben uit noodweer.

 ‘De overheid was van mening dat mensen met een drankprobleem, langdurig werkelozen, mensen met opvoedingsproblemen, zwakzinnigen en mensen met schulden niet voor zichzelf konden zorgen en dus ook niet zelfstandig in een normale buurt mochten wonen. Deze mensen werden onder curatele gesteld en in Ondiep geplaatst.’

Achterstand

‘De rellen hadden natuurlijk helemaal niks met Rinie te maken’, stelt buurtbewoonster Ali Kwarten. ‘Het waren de hooligans die sensatie kwamen zoeken en tegen de politie wilden vechten. De buurt is niet veranderd sinds de rellen.’ Ondiep is altijd al een achterstandswijk geweest. Opmerkelijk is het dus dat de media de wijk pas opmerken na de schietpartij. De overwegend blanke volksbuurt wordt plots op de kaart gezet als probleemwijk waarin het ineens heel erg fout ging. Ondiep is echter een wijk met een problematische geschiedenis, die al jaren in de top vijf staat van de lijst probleemwijken in Nederland. Een wijk die sinds haar gedwongen ontstaan strubbelingen heeft gekend. ‘In de jaren dertig van de vorige eeuw werd er door de overheid een plan bedacht om mensen met problemen uit de ‘normale’ wijken in Utrecht te houden’, vertelt officieus buurthistoricus en oud-opbouwwerker Peter Koene. ‘De overheid was van mening dat mensen met een drankprobleem, langdurig werkelozen, mensen met opvoedingsproblemen, zwakzinnigen en mensen met schulden niet voor zichzelf konden zorgen en dus ook niet zelfstandig in een normale buurt mochten wonen. Deze mensen werden onder curatele gesteld en in Ondiep geplaatst.’

 

Kamp zonder wielen

De Ananasstraat is een typische Ondiepstraat. Rijen arbeidershuisjes met lage plafonds en oranje daken staan dicht op elkaar en marmeren hondjes en kristallen dolfijnen sieren elke vensterbank. Het is een kamp zonder wielen. Een vader en stiefzoon die nauwelijks lijken te schelen in leeftijd roken samen een peuk op de stoep van één van de verzorgde voortuintjes. De vader wenkt, biedt limonade aan en vertelt. ‘Mijn vrouw en ik zijn al 52 jaar getrouwd en zij wilde een tweede huwelijksnacht doen. Dus wij naar het van der Valk in Breukelen, komt ze met het idee om naakt te gaan ontbijten. Nou, zo mooi als ze geweest is, is ze niet meer. Ik schrok ervan. Haar ene tiet hing in de tomatensoep en haar andere tiet hing in de koffie. Maar ik zal maar niet te hard praten, ze slaat me nog regelmatig om mijn oren met die tieten.’ De stiefzoon geeft geen krimp. Hij staart voor zich uit, voor de hoeveelste keer zou hij dit verhaal nu aanhoren? Hij groet zijn pa en slaat de hoek om, waar zijn eigen huis staat. Ondiep is een gesloten wijk. Kinderen groeien er op, krijgen er hun eigen kinderen en kleinkinderen en sterven er uiteindelijk ook.

Janette Brouwer is begeleidster van het maatjesproject van de Utrechtse welzijnsorganisatie Portes, een project dat jongeren uit Ondiep tussen de 10 en de 13 jaar en studenten aan sociale opleidingen van de Hogeschool Utrecht aan elkaar koppelt om kennis te maken met elkaar’s belevingswereld. ‘We doen dat op zo’n jonge leeftijd, omdat de pubers dan nog heel beïnvloedbaar zijn en we dus veel kunnen bereiken met die positieve invloed die de studenten op ze hebben.’ Brouwer is één van de weinige sociaal werkers die gelijk erkent dat Ondiep een wijk is die enorm achterloopt. ‘Elke keer dat ik verhalen terughoor van de studenten leer ik weer wat bij. Zo was er een jongen van twaalf die een dagje met zijn maatje naar de stad was gegaan hier in Utrecht. Bleek dat hij de Dom nog nooit in het echt gezien had.’

Een man van rond de veertig met een pokdalig gezicht zet zijn lila Tomos brommer tegen de muur van buurthuis Ons Ondiep. Hij hurkt luid rochelend neer en steekt een zware Van Nelle op. Zijn buik hangt op de grond. De gemiddelde levensverwachting van een Ondieper ligt lager dan die van zijn stadsgenoten. Het wijkgezondheidsprofiel van Utrecht dat werd gepubliceerd in 2010 is alarmerend. Ondiep is de laagst opgeleide wijk van de stad en tevens de wijk waarin het meest gerookt en gedronken wordt. Ondiep, een wijk in één van de grootste steden van Nederland, blijft achter. Op sociaal, economisch en gezondheidsgebied.

 

Noem een Ondieper nooit een Fruitbuurter

Peter Koene probeert de problemen van nu te herleiden door de geschiedenis van de wijk uit te pluizen. ‘Het oudste deel van de wijk is van ongeveer 1915, dus 100 jaar oud. De wijk Zuilen ligt hier ten noorden van en Ondiep heeft zich dan ook niet ontwikkeld vanuit het centrum, maar vanuit Zuilen. Hierdoor is de wijk al anders dan anders. De wijken die zich hebben ontwikkeld vanuit de stad hebben lijntjes met het drukke centrum behouden en bleven meelopen met nieuwe ontwikkelingen. Ondiep daarentegen heeft zich ontwikkeld van binnenuit en miste die prikkels van buitenaf. Dat is de eerste stap op weg naar eenkennigheid. Wat het meest typerend is voor Ondiep, is dat Ondiep eigenlijk niet echt bestaat. Ondiep is onderdeel van de wijk Noordwest. Utrecht heeft elf wijken en eentje daarvan is Noordwest. Die bestaat weer uit drie subwijken: Ondiep, Zuilen en Pijlsweerd. Bewoners hebben weinig met de naam Noordwest, dat zegt ze niets. De meeste bewoners hebben ook niet zo veel met de naam Ondiep. Je kunt op zijn minst drie subbuurten onderscheiden in Ondiep, maar als je het heel nauwkeurig bekijkt zijn het er wel een stuk of twaalf. Bewoners vinden dat ze veel meer bij zo’n subbuurtje horen dan bij Ondiep als totaal. De voornaamste scheiding in de wijk is die tussen Ondiep en Fruitbuurt, wat er op een kaart uit ziet als één wijk. Tegen een Fruitbuurter moet je over het algemeen niet zeggen dat het een Ondieper is en ook zeker niet andersom.’

De ‘abnormalen’, die in de jaren dertig van de vorige eeuw door de overheid in de wijk geplaatst zijn, zijn volgens Koene de oorsprong van het probleem dat de wijk nu nog steeds achterloopt op de rest van Utrecht.

De ‘abnormalen’, die in de jaren dertig van de vorige eeuw door de overheid in de wijk geplaatst zijn, zijn volgens Koene de oorsprong van het probleem dat de wijk nu nog steeds achterloopt op de rest van Utrecht. Voornamelijk in de straten die nu bekend staan als Fruitbuurt zijn toen veel mensen geplaatst. ‘Dit werd een woonschool genoemd, waarvan de insteek was dat de mensen na hun verblijf weer helemaal ‘beter’ zouden zijn en konden herintegreren in andere buurten.’ Dit laatste is echter nooit gebeurd. De mensen woonden daar onder controle van de wijkverpleegkundige, de politie en maatschappelijk werkers die onophoudelijk over de vloer kwamen om te checken of hun linnenkast wel netjes was en of er niet teveel gedronken werd. De wijk werd door andere Utrechters al gauw gezien als een getto.

Dat je letterlijk door een poort moest lopen om in de wijk te komen heeft ook niet positief bijgedragen aan de beeldvorming. Die poort werd een symbool; de scheiding van de rest van de buurt, de scheiding tussen Ondiep en Fruitbuurt. Peter Koene: ‘Wat zich achter de poort afspeelde zou een zuipfeest zijn van mensen die niet voor zichzelf konden zorgen: daar woonden de asocialen. Ondiepers gingen dus liever niet door die poort. Bang voor wat er aan de andere kant speelde. De Fruitbuurters op hun beurt werden kwaad omdat ze er genoeg van hadden als aso’s bestempeld te worden en door de hulpverleners van de wijk zo bevoogdend te worden behandeld. De kinderen van de volwassenen die toen in ‘het getto’ woonden, zijn nu zelf grootouders. En enorm honkvast. Ze zorgen er over het algemeen ook voor dat hun kinderen en kleinkinderen om de hoek komen te wonen, nooit verder dan twee straten verderop. Die twee histories blijven bestaan en worden voortgezet door de nakomelingen van degenen die ooit begonnen in de woonschool. Die nakomelingen houden dit in ere en blijven zo dicht mogelijk bij huis om hun ‘erfgoed’ te beschermen. Ze komen niet veel buiten. Op die manier blijft de scheiding tussen ‘normale bewoners’ en ‘asocialen’ in Ondiep bestaan en daar ligt een belangrijke, zo niet de belangrijkste, reden dat de wijk op zoveel fronten achterblijft.’ Ook op het gebied van innovatie en saamhorigheid holt de wijk achter de feiten aan. Zo is de buurtcohesie in Ondiep bijvoorbeeld maar voor 23% aanwezig, tegenover het Utrechtse gemiddelde van 50%. De vriezer zit dus altijd vol met soep, maar die soep is alleen bedoeld voor de directe buurvrouw. Niet voor de buurvrouw aan de andere kant van de poort.

 

Ik zeg: ik tuf wanneer ik wil

De bewoners van de verschillende subbuurtjes hebben hart voor hun wijk. Zo ook Ali Kwarten, die op lichtblauwe slofjes en in een duur uitziend wit joggingpak de deur van haar huisje aan de Ananasstraat open doet. Ze is een trotse Fruitbuurter. Voordat ze plaatsneemt op het tijgerprint dekentje op haar bank moet ze een telefoontje afhandelen. Het is haar zoon van 12 die belt vanaf het internaat. ‘Gedraag je nou verdomme eens.’ Na het nemen van een paar trekjes van haar sigaret kalmeert ze zichtbaar. ‘In deze buurt heb je jongeren van 16, 17, die niet meer naar school gaan. Ze lopen de hele dag niks te doen en komen in verkeerde dingen terecht. Mijn zoon trok daar mee op en ging de verkeerde kant op, maar zulke dingen gebeuren in elke wijk.’ Ali woont al jaren in de Fruitbuurt en vindt het er heerlijk. Trots vertelt ze over de foto op de vensterbank van haarzelf met Frans Bauer. ‘Hij is ook een kamper hè? Toen hij nog met z’n cd’tjes langs de deur liep kocht ik zijn eerste cd al. Dus ja, van gewoon naar heel groot. Hij is nou best wel een bekende Nederlander. Dat is toch leuk?’ De Volkskrant gebruikte in 2007, vlak na de moord op Rinie Mulder een quote van Ali als kop op de voorpagina. ‘Rinie ging die etters eens mores leren’, doelend op de groep hangturken waar de buurt last van had gehad. Haar familie en die van Rinie hebben samen een hele geschiedenis. Ali’s zoon en neef kwamen in 1999 om bij een verkeersongeval waarbij de zoon van Rinie achter het stuur zat. Hij overleefde het ongeluk als enige.

‘Die Rinie. Normaal geeft een agent een waarschuwingsschot. Maar nee. Hij heeft gelijk gericht en BAM geschoten. Hij had op zijn knieën moeten schieten. Dan had hij nog geleefd.’

‘De wijk is wantrouwiger geworden tegenover de politie na de moord op Rinie.’ Ali’s zoon Marco was acht jaar ten tijde van de rellen. ‘Een kind gaat er niet van uit dat de politie je ook zomaar neer kan knallen, die snapt daar natuurlijk niks van.’ Na de rellen kwam er daarom nog meer controle in de wijk. Ali: ‘Dat is soms wel handig hoor. Ze hebben ook zo’n team neergezet dat jongeren in de gaten houdt. Ik had bijvoorbeeld met de politie afgesproken dat als ze Marco buiten tegenkwamen na achten, dat ze hem dan naar huis brachten. Er is wel met ze te onderhandelen, maar sommigen zijn ook echte etterbakken, zelfs de vrouwen. Ik heb het een keer gehad bij het zwembad, toen was het 30 graden en er was nergens parkeerplek dus ik had m’n auto aan de zijkant van de weg gezet. Hij stond niemand in de weg hoor. Maar ik kom terug en ze stonden me gewoon op te wachten, die politie. Ze hadden gewoon een boete erop gedaan. Nou toen werd ik echt pissig. Dus ik gooi die boete neer. Toen moest ik ‘m oppakken. Dus ik tuf op de grond en ik zeg: ik pak niks op. Zegt ze: dan krijg je een boete erbij voor het beledigen van een agent. Dus ik tuf nog een keer. Ik zeg: ik tuf wanneer ik wil. Toen zeg ik tegen m’n zoontje: pak dat papier eens. Dat deed ‘ie wel, maar zij wou per se dat ík ‘m oppakte. Nou ik zou het liefst d’r keel dichtknijpen. Maar dan had ik denk ik niet meer geleefd. Dat hoeft nou ook weer niet.’ Opeens: ‘Die Rinie. Normaal geeft een agent een waarschuwingsschot. Maar nee. Hij heeft gelijk gericht en BAM geschoten. Hij had op zijn knieën moeten schieten. Dan had hij nog geleefd.’ Ze staart naar de bruine muur met glitters tegenover de bank. ‘Ik heb die muur zelf gestuukt. En toen met stoffer en blik van dat glitterpoeder eroverheen gestrooid toen ’ie nog nat was. Mooi hé?’

De verscherpte controle door politie en buurtcoaches werpt zijn vruchten af. In 2006 voelde 42,5% van de bewoners zich onveilig in de wijk, in 2009 was dit 35,5%. Ook nam de (jongeren)overlast, het vandalisme en het aantal geweldsdelicten sterk af. De Monitor Krachtwijken van de gemeente Utrecht laat meer vooruitgang zien. Naast inzet van politie, gemeente, welzijnsorganisaties en wijkvernieuwingsprojecten heeft een enorme hoeveelheid subsidie daaraan bijgedragen. Ondiep is een van de wijken die toenmalig minister van wonen, wijken en integratie Ella Vogelaar aan heeft gewezen als krachtwijk en profiteert daardoor, in ieder geval voorlopig, volop van extra beschikbaar gesteld geld.

 

De buitenwereld is te groot

‘Ik werd hier in het begin met de nek aangekeken. Ze zeiden dat alleen kamelen zwart haar hadden.’ Ouafaa Ziani ‘honderd procent Nederlands met Marokkaanse ouders’ is sinds twee jaar werkzaam als sociaal makelaar in Ondiep. In haar functie tracht ze bewoners te activeren om samen hun wijk te verbeteren. Ze weet uit eerste hand hoe moeilijk het is om tot de buurtbewoners door te dringen. ‘Een tijdje geleden waren ze hier bezig met de herinrichting van een veldje waarover de bewoners mochten meedenken en meebeslissen. Flyeren en nieuwsbrieven versturen doet op zo’n moment niks voor je. Je moet echt bij die mensen aanbellen en koffie met ze gaan drinken om er iets uit te krijgen. Als ze dan eenmaal praten weten ze je heel goed uit te leggen wat ze willen, en wat vooral niet, maar zelf zullen ze niet zomaar naar buiten treden.’ Sociale projecten schieten als paddestoelen uit de grond in Ondiep en ondanks de aanvankelijke terughoudendheid van veel buurtbewoners hebben Ziani en haar team bij Portes steeds meer mensen weten te mobiliseren. In samenwerking met buurthuizen, andere instanties en de gemeente Utrecht lopen er momenteel talloze projecten voor de bewoners, van een buurtfitness tot informatieavonden over gezond koken met een laag budget, tot speelmiddagen voor de allerkleinsten en buurtlunches voor de volwassenen.

In een tl-verlicht zaaltje van zeven bij acht meter staan tien fitnessapparaten dicht op elkaar. Op de apparaten zitten, staan en liggen Marokkaanse vrouwen van middelbare leeftijd; zij hebben de sportzaal vanochtend tussen tien en elf. Puffend komen ze even later de kantine van het buurthuis binnen, gekleed in trainingspak met hoofddoek. Eén van de vrouwen slaakt een kreet van opluchting. Dat zit er weer op. Ze sport samen met haar vriendinnen op aanraden van de dokter. Ze is diabetespatiënt, net als veel andere vrouwen in de wijk. Het fitnessproject in buurthuis de Uithoek is een succes. Binnen een half jaar na oprichting hebben zich al negentig mensen aangemeld, er past niemand meer bij. Eminé Patnos, een jonge meid die zelf is geboren en getogen in de wijk, coördineert de buurtfitness. Delen van Ondiep zijn letterlijk niet in beweging te krijgen, maar Patnos is één van de uitzonderingen die als 12-jarige al uit zichzelf begon mee te helpen met sociale projecten in de buurt. De fitness werd opgezet eind 2010, na klachten van buurtbewoners over het feit dat ze niet konden sporten. Ook dit heeft weer alles te maken met de houding van de bewoners en hun angst om voet buiten de eigen wijk te zetten. De gewone sportschool is te ver weg, te duur, en daar moeten ze sporten met vreemde mensen. Voor een paar euro per maand kan er daarom voortaan gesport worden in het buurthuis. Projecten zoals de fitness zijn er genoeg, op allerlei terreinen waarop Ondiep verbetering kan gebruiken. Toch is er nog altijd een grote groep die niet bereikt wordt. Door gebeurtenissen in de geschiedenis waarover opbouwwerker Peter Koene vertelde voelen sommige groepen zich nog altijd buitengesloten, niet begrepen. Zij sluiten zichzelf af voor de sociaal werkers die het beste met hen voor hebben. De buitenwereld is te groot.

 

Ik hou mijn hart vast

Het is windstil in het oog van de orkaan van de maatschappelijke vooruitgang in Ondiep. Buurtinitiatieven, sociaal werkers en gesubsidieerde projecten duikelen over elkaar heen in een poging de wijk en haar bewoners naar een hoger plan te tillen. Nu is er nog geld en tijd genoeg, maar wanneer later dit jaar de subsidies voor de Vogelaarwijken worden stopgezet wordt het afwachten hoe de wijk zich verder ontwikkelt. Riet Lenting, teammanager maatschappelijke participatie Noordwest: ‘Ik hou mijn hart vast.’ Veel van de wijkbewoners willen iets beters voor hun wijk, maar de stap om als buurtbewoners samen iets te beginnen is te groot om zelf te zetten. Het organisatorische vermogen van de wijk is laag. Ondiep is dan misschien heel gezellig, met haar verzorgende volksaard die in bepaalde straten de boventoon voert en sociaal werkers die zo hard rennen als ze kunnen: toch komt de wijk niet helemaal op adem. Er blijft een groep, de kern misschien wel, van Ondiepers die stil blijft staan. Kinderen van twaalf die de Dom nog nooit hebben gezien, families die van generatie op generatie laagopgeleid en daardoor arm blijven en wrok koesteren jegens een ander deel van de wijk, omdat dat vroeger al zo was. Het is niet van deze tijd. Ouafaa Ziani: ‘De situatie is in en in triest, maar ik probeer niet alleen naar eindresultaten te kijken. Vaak is het proces op zich al een succes. Vooruitgang boeken hier in Ondiep kost tijd en we doen wat we kunnen, maar het einde is nog lang niet in zicht.’

‘Het is een echte volkswijk en een goed alternatief voor iemand zoals ik, die van het kamp komt.’

Ali: ‘Het is een gezellige wijk.’ Maar ook een wijk van overal hondenpoep en ‘attentie buurtpreventie’. ‘Het is een echte volkswijk en een goed alternatief voor iemand zoals ik, die van het kamp komt.’ Til: ‘We hebben fantastische grote buurtfeesten in de zomer, dat heb ik al vaak genoeg tegen de journalisten gezegd. Kom dan eens kijken hoe de mensen onder elkaar en met elkaar zijn, ze houden van elkaar. Nergens wordt zo goed gekwebbeld als hier.’ En hoewel ze apart van elkaar vertellen over hun buurt komen ze beiden tot dezelfde conclusie: ‘ach, er is wel eens wat, maar dat is toch zo in elke wijk?’



The-riots

Deel dit verhaal

Interessant?

» Neem contact op

« terug naar Homepage